Kabeldikte berekenen
Een toestel van 16 A aan het eind van een eenfasige koperleiding van 20 m op 230 V vraagt 2,5 mm² om onder 3 % spanningsverlies te blijven - rekenkundig is 1,6 mm² nodig, dus 1,5 mm² valt net buiten de boot. Met 2,5 mm² is het verlies 4,4 V, oftewel 1,9 %.
Uitkomst
- Te gebruiken doorsnede
- 2,5 mm²
- Doorsnede die het verliesbudget vraagt
- 1,6 mm²
- Spanningsverlies
- 4,4 V
- Verlies in procenten
- 1,9 %
- Ongebruikte marge
- 1,1 %
Alleen op spanningsverlies bepaald. De toelaatbare stroom volgt uit NEN 1010 deel 5-52 en de installatiemethode en moet je apart nagaan.
Eén maat dunner en één dikker, voor deze leiding
- 1,5 mm²3,2 % · 7,4 VBoven de grens
- 2,5 mm²1,9 % · 4,4 VBinnen de normjouw kabel
- 4 mm²1,2 % · 2,8 VBinnen de norm
Toegestaan verlies: 3,0 % · IEC 60228
Hoe er gerekend wordt
Een ader bepalen zijn twee losse vragen, en de tool hierboven beantwoordt de tweede. De toelaatbare stroom zegt of de kabel de stroom kan dragen zonder te warm te worden: die staat in de tabellen van NEN 1010 deel 5-52 en hangt af van de installatiemethode, bundeling en omgevingstemperatuur. Het spanningsverlies is rekenwerk:
A ≥ k · ρ(T) · L · I / ΔU
A is de doorsnede in mm², k is 2 bij gelijkstroom en eenfase of √3 bij driefase,
ρ(T) de weerstand van het metaal op bedrijfstemperatuur, L de enkele lengte, I de
stroom en ΔU het aantal volt dat je wilt verliezen. Koper bij 20 °C is
0,017241 Ω·mm²/m, gecorrigeerd met α = 0,00393 per kelvin.
De uitkomst wordt naar boven afgerond op de eerstvolgende standaarddoorsnede - 1,5; 2,5; 4; 6; 10 mm² en verder volgens IEC 60228. Naar beneden afronden levert een kabel die het ingevulde budget net niet haalt, en daarom is de geadviseerde maat nooit kleiner dan de berekende.
Wat de tool niet doet is een toelaatbare stroom verzinnen. Die hangt aan de installatiemethode en aan de nationale tabel, dus de Nederlandse editie verwijst naar NEN 1010 en zegt er open bij dat die controle een aparte stap is. Een getal zonder bron, op een pagina waar iemand kabel gaat bestellen, is slechter dan een leeg veld.
Rekenvoorbeeld
Jouw groep
- Systeem
- Eenfase
- Voedingsspanning (V)
- 230,0 V
- Stroom van de belasting (A)
- 16 A
- Leidinglengte, enkele richting
- 20 m
- Adermateriaal
- Koper
- Reeks doorsneden
- mm² (IEC)
- Toegestaan spanningsverlies (%)
- 3,0 %
Uitkomst
- Doorsnede die het verliesbudget vraagt
- 1,6 mm²
- Te gebruiken doorsnede
- 2,5 mm²
- Spanningsverlies
- 4,4 V
- Verlies in procenten
- 1,9 %
- Ongebruikte marge
- 1,1 %
- Formule
A ≥ k · ρ(T) · L · I / ΔU- Norm
- IEC 60228, IEC 60028
- Grenzen van het model
- Er wordt puur resistief gerekend: de reactantie van de ader blijft buiten beschouwing, wat onder ongeveer 95 mm² en bij korte leidingen te verwaarlozen is.
Alleen op spanningsverlies bepaald. De toelaatbare stroom volgt uit NEN 1010 deel 5-52 en de installatiemethode en moet je apart nagaan.
Berekend door Voltacalc met dezelfde engine als de tool hierboven.
Wat in Nederland geldt
In Nederland verschuift de vraag snel van doorsnede naar aansluitwaarde: een groep is meestal 16 A of 20 A, maar zodra er een warmtepomp, inductiekookplaat en laadpunt bij komen wordt de aansluiting verzwaard naar 3×25 A op 400 V. Driefase halveert ruwweg het verlies bij hetzelfde vermogen, en dat is vaak goedkoper dan elke meter kabel een maat dikker leggen.
- Wie beslist
- NEN, de netbeheerder en een erkend installateur
- Norm
- NEN 1010 - Elektrische installaties voor laagspanning
- Stroomtabel
- NEN 1010 deel 5-52, tabellen met toelaatbare stroom per installatiemethode, inclusief de correctiefactoren voor omgevingstemperatuur en bundeling van groepen
- Toegestaan verlies
- NEN 1010 volgt bijlage G van HD 60364-5-52: als richtwaarde ten hoogste 3 % spanningsverlies voor verlichtingsgroepen en 5 % voor overige groepen, gerekend vanaf het overnamepunt tot aan het toestel. Bij 230 V is 3 % dus 6,9 V en 5 % 11,5 V. (Nagekeken: 12 september 2026)
Vragen uit de praktijk
Moet ik de enkele lengte of de lengte heen en terug invullen?
De enkele lengte tot het toestel. De rekentool verdubbelt de weg zelf bij gelijkstroom en eenfase, en rekent bij driefase met de factor √3, omdat de stroom daar via de andere fasen terugloopt.
Waarom komt er een dikkere ader uit dan de stroomtabel aangeeft?
Omdat hier op spanningsverlies wordt bepaald en niet op verwarming. De toelaatbare stroom zegt of de kabel de stroom thermisch aankan; het verlies zegt of er genoeg spanning bij het toestel aankomt. Op lange leidingen beslist vrijwel altijd het verlies.
Werkt het ook voor aluminium?
Ja, het materiaal is te kiezen. De weerstand van aluminium is ongeveer 64 % hoger dan van koper, dus bij hetzelfde budget is één tot twee maten dikker nodig, en de klemmen moeten voor aluminium geschikt zijn.
Met welke adertemperatuur rekent de tool?
Met 20 °C. Een warme ader heeft meer weerstand - koper bij 70 °C ongeveer 20 % meer - dus het getoonde verlies is de gunstige kant van de marge. Wil je op bedrijfstemperatuur rekenen, verhoog dan de temperatuur.
Normen en bronnen
- NEN 1010 - Elektrische installaties voor laagspanning
- NEN 1010 deel 5-52, tabellen met toelaatbare stroom per installatiemethode, inclusief de correctiefactoren voor omgevingstemperatuur en bundeling van groepen
Laatst nagekeken: 12 september 2026
Rekentools
- SpanningsverliesVolt en procent verlies over een leiding waarvan de doorsnede al vastligt.
- Wet van OhmTwee van de vier grootheden volstaan, met de waarden die echt te koop zijn.
- Elektrisch vermogenVan typeplaatje naar stroom en terug, met cos φ, rendement en groepencontrole.
- Weerstand kleurcodeVan ringen naar ohm, met het bereik dat de tolerantie toelaat en de waarde van een verkeerd gelezen ring.
- ZekeringDe stap boven je ontwerpstroom - en of de kabel erachter die stroom werkelijk draagt.