Wet van Ohm berekenen

Een verbruiker die 3,5 A trekt op 230 V gedraagt zich als 65,714 Ω en zet 805 W om in warmte. De dichtstbijzijnde standaardwaarde, 68 Ω, brengt de stroom op 3,4 A - 3,5 % ernaast - terwijl de 56 Ω ernaast al 4,1 A zou doorlaten.

Jouw groep

Vul twee waarden in - de andere twee volgen vanzelf.

Uitkomst

Spanning (V)
230,0 V
Stroom van de belasting (A)
3,5 A
Weerstand (Ω)
65,714 Ω
Vermogen (W)
805 W

De waarden die je echt kunt kopen

  • 56 Ω4,1 A · 945 W · -14,8 %Buiten de tolerantie
  • 68 Ω3,4 A · 778 W · +3,5 %Binnen de tolerantiedichtstbijzijnde waarde
  • 82 Ω2,8 A · 645 W · +24,8 %Buiten de tolerantie

Toegestane afwijking (%): 10 % · E12, IEC 60063

Hoe er gerekend wordt

Twee identiteiten dragen de hele rekenmachine, en geen van beide verandert per land:

V = I · R          P = V · I = I² · R = V² / R

Twee willekeurige van de vier grootheden leggen de andere twee vast. Een derde waarde geldt niet als extra invoer maar als bewering die wordt nagerekend: klopt die niet met de eerste twee, meer dan afronding, dan zegt de rekenmachine dat, in plaats van stilletjes te overschrijven wat je hebt ingevuld.

Twee praktische punten. Vermogen is warmte in alles wat echt resistief is - een verwarmingselement, een voorschakelweerstand, weerstandsdraad - en die watts moeten het onderdeel uit voordat het gaat koken. En spanning telt kwadratisch: op 400 V zet dezelfde weerstand ongeveer drie keer zoveel om als op 230 V, en daarom zijn elementen tussen die twee aansluitingen nooit uitwisselbaar.

De vergelijking onder het resultaat staat er omdat weerstand in stappen wordt verkocht. De berekening vraagt 65,714 Ω; in het schap liggen 56 Ω en 68 Ω, en de vraag is wat elk daarvan doet met de stroom die je wilt instellen. De tabel beantwoordt dat bij jouw spanning, markeert de dichtstbijzijnde waarde en geeft aan welke buiten de gekozen tolerantie vallen.

Rekenvoorbeeld

Jouw groep

Spanning (V)
230,0 V
Stroom van de belasting (A)
3,5 A

Uitkomst

Weerstand (Ω)
65,714 Ω
Vermogen (W)
805 W
Spanning (V)
230,0 V
Stroom van de belasting (A)
3,5 A
Formule
V = I · R · P = V · I = I² · R = V² / R
Norm
IEC 60063 (E12/E24)

Berekend door Voltacalc met dezelfde engine als de tool hierboven.

Wat in Nederland geldt

Het Nederlandse net is 230 V, en de installatie is verdeeld in groepen van 16 A: dat is precies 3680 W per groep, het getal waar elke berekening in huis tegenaan loopt. Een vaatwasser, een waterkoker en een airfryer op dezelfde groep halen die grens moeiteloos. Bij warmtepompen, laadpalen en inductiekoken wordt daarom vaker 3×25 A krachtstroom aangevraagd. Let er verder op dat de wet van Ohm alleen geldt voor echt resistieve verbruikers: bij een motor is de impedantie grotendeels inductief en bij een led bepaalt de doorlaatspanning de stroom.

Wie beslist
NEN, de netbeheerder en een erkend installateur
Norm
NEN 1010 - Elektrische installaties voor laagspanning
Stroomtabel
NEN 1010 deel 5-52, tabellen met toelaatbare stroom per installatiemethode, inclusief de correctiefactoren voor omgevingstemperatuur en bundeling van groepen
Toegestaan verlies
NEN 1010 volgt bijlage G van HD 60364-5-52: als richtwaarde ten hoogste 3 % spanningsverlies voor verlichtingsgroepen en 5 % voor overige groepen, gerekend vanaf het overnamepunt tot aan het toestel. Bij 230 V is 3 % dus 6,9 V en 5 % 11,5 V. (Nagekeken: 12 september 2026)

Vragen uit de praktijk

Welke twee waarden vul ik in?

Die je kent. Spanning en weerstand is het geval op de werkbank, spanning en vermogen het geval van het typeplaatje, stroom en weerstand wat de stroomtang en de multimeter je geven. De rekenmachine lost de rest op uit V = I · R en P = V · I en meldt het als een derde waarde de eerste twee tegenspreekt.

Waarom verschijnen er waarden die ik niet vroeg?

Omdat de berekende weerstand vrijwel nooit een waarde is die iemand verkoopt. Weerstanden volgen de E-reeksen uit IEC 60063, dus onder het resultaat staan de standaardwaarden er net boven en net onder, met de stroom die elk bij jouw spanning zou doorlaten en een markering op wat buiten de tolerantie valt.

Welk vermogen moet de weerstand aankunnen?

Minstens de getoonde watts, in de praktijk het dubbele, zodat het onderdeel lauw blijft in plaats van heet. Een weerstand van 0,25 W die 0,3 W moet kwijtraken begeeft het niet netjes: hij verkleurt, loopt weg in waarde en valt uiteindelijk open.

Normen en bronnen

  • NEN 1010 - Elektrische installaties voor laagspanning
  • NEN 1010 deel 5-52, tabellen met toelaatbare stroom per installatiemethode, inclusief de correctiefactoren voor omgevingstemperatuur en bundeling van groepen

Laatst nagekeken: 13 september 2026

Rekentools