Weerstand kleurcode berekenen
Wit, bruin, rood en bruin is 9,1 kΩ ±1,0 %, dus de weerstand in je hand mag overal tussen 9,009 kΩ en 9,191 kΩ liggen en blijft binnen de norm. Wordt de rode ring voor bruin aangezien, dan staat er 910 Ω - tien keer zo weinig, bij precies dezelfde vier ringen.
Uitkomst
- Nominale weerstand
- 9,1 kΩ
- Tolerantie
- 1,0 %
- Waarde die het onderdeel echt mag hebben
- 9,009 kΩ – 9,191 kΩ
Als één ring verkeerd is gelezen
- 910 Ω · Bruin900,9 Ω – 919,1 Ωde meter zegt iets anders
- 9,1 kΩ · Rood9,009 kΩ – 9,191 kΩklopt met de metingzoals afgelezen
- 91 kΩ · Oranje90,09 kΩ – 91,91 kΩde meter zegt iets anders
Dichtstbijzijnde cataloguswaarde: 8,2 kΩ · IEC 60062, IEC 60063
Hoe er gerekend wordt
De code is een tabel, geen formule, en de leesrichting maakt hem eenduidig:
cijfer · cijfer · [cijfer] · vermenigvuldiger · tolerantie · [temperatuurcoëfficiënt]
Twee cijfers bij vier ringen, drie bij vijf; de ring daarna is de macht van tien, en de ring die er aan het uiteinde los van staat zegt hoever het onderdeel van de genoemde waarde mag afwijken.
Wat hier misgaat, gaat mis bij de vermenigvuldiger. De cijfers worden beschermd door gezond verstand, maar bruin, rood en oranje zijn onder warm licht en op een verouderd lijf dezelfde ring, en tussen elk van hen zit een factor tien. Daarom draait de vergelijking onder het resultaat om juist die ring: ze toont wat dezelfde kleuren zouden betekenen met de vermenigvuldiger één tint op of neer, met het bereik van elke lezing, en laat de meting beslissen.
Het tweede om te onthouden: de ringen beschrijven het onderdeel zoals het de fabriek verliet. Een weerstand die drie zomers naast een regelaar heeft gezeten loopt weg, meestal omhoog en zonder waarschuwing. De code zegt wat je mag verwachten; de meting zegt wat je hebt.
Rekenvoorbeeld
Jouw groep
- Ring 1 - eerste cijfer
- Wit
- Ring 2 - tweede cijfer
- Bruin
- Vermenigvuldigingsring
- Rood
- Tolerantiering
- Bruin
Uitkomst
- Nominale weerstand
- 9,1 kΩ
- Tolerantie
- 1,0 %
- Waarde die het onderdeel echt mag hebben
- 9,009 kΩ – 9,191 kΩ
- Formule
R = (d₁d₂[d₃]) · 10^m · ΔR = ± t % · R- Norm
- IEC 60062, IEC 60063
- Grenzen van het model
- De ringen noemen de fabriekswaarde, niet die van vandaag: warmte, jaren en een koude soldeerverbinding verschuiven een weerstand - daarom beslist de meter.
Berekend door Voltacalc met dezelfde engine als de tool hierboven.
Wat in Nederland geldt
In Nederland kom je de kleurcode vooral tegen bij reparatie en in de makerscene: voedingen, printplaten van cv-ketels, domotica en de laden met los gekochte componenten die elke werkplaats verzamelt. Opvallend is hoe vaak hier onderdelen met vijf ringen en één procent tolerantie opduiken, omdat ze uit industriële elektronica komen - en juist daar kost een verkeerd gelezen vermenigvuldigingsring geld, want de vervanger uit de la lijkt dan plausibel maar zit een decade ernaast. Meten hoort hier bij de reparatie, niet bij het wantrouwen.
- Wie beslist
- NEN, de netbeheerder en een erkend installateur
- Norm
- NEN 1010 - Elektrische installaties voor laagspanning
- Stroomtabel
- NEN 1010 deel 5-52, tabellen met toelaatbare stroom per installatiemethode, inclusief de correctiefactoren voor omgevingstemperatuur en bundeling van groepen
- Toegestaan verlies
- NEN 1010 volgt bijlage G van HD 60364-5-52: als richtwaarde ten hoogste 3 % spanningsverlies voor verlichtingsgroepen en 5 % voor overige groepen, gerekend vanaf het overnamepunt tot aan het toestel. Bij 230 V is 3 % dus 6,9 V en 5 % 11,5 V. (Nagekeken: 12 september 2026)
Vragen uit de praktijk
Aan welke kant begin ik met lezen?
Aan de kant waar de ringen dicht bij elkaar staan. De tolerantiering staat iets apart en is bij vier ringen bijna altijd goud of zilver - kleuren die geen cijfer kunnen zijn. Komt er onzin uit, dan houd je het onderdeel andersom vast.
Waarvoor is het meetveld?
Om tussen twee mogelijke aflezingen te kiezen. De vergelijking onder het resultaat laat zien wat dezelfde ringen zouden betekenen met de vermenigvuldigingsring één kleur hoger of lager, elk met het bijbehorende bereik, en de meter wijst aan welk onderdeel je werkelijk hebt.
Verandert de tolerantie de waarde waarmee ik reken?
Die verandert het bereik, niet de nominale waarde. Een onderdeel van één procent dat als 9,1 kΩ verkocht wordt, mag tussen 9,009 kΩ en 9,191 kΩ liggen, en in een pull-up maakt dat niets uit. In een deler die een referentie vastlegt wel: daar meet en paar je.
Zegt de kleurcode iets over het vermogen?
Nee. Alleen de afmeting geeft een indicatie; de ringen zeggen niets over warmteafvoer. Reken het vermogen uit de stroom die gaat lopen en koop minstens het dubbele, zodat het onderdeel lauw blijft in plaats van heet te worden.
Normen en bronnen
- NEN 1010 - Elektrische installaties voor laagspanning
- NEN 1010 deel 5-52, tabellen met toelaatbare stroom per installatiemethode, inclusief de correctiefactoren voor omgevingstemperatuur en bundeling van groepen
Laatst nagekeken: 13 september 2026
Rekentools
- KabeldikteWelke doorsnede in mm² nodig is om binnen het spanningsverlies te blijven.
- SpanningsverliesVolt en procent verlies over een leiding waarvan de doorsnede al vastligt.
- Wet van OhmTwee van de vier grootheden volstaan, met de waarden die echt te koop zijn.
- Elektrisch vermogenVan typeplaatje naar stroom en terug, met cos φ, rendement en groepencontrole.
- ZekeringDe stap boven je ontwerpstroom - en of de kabel erachter die stroom werkelijk draagt.