Spanningsverlies berekenen
Zestien ampère over 35 m koperkabel van 2,5 mm² op 400 V driefase verliest 6,7 V, oftewel 1,7 % - op het toestel staat nog 393,3 V en in de kabel blijft 185 W aan warmte achter. Dat past binnen de 3 % die NEN 1010 als richtwaarde noemt.
Uitkomst
- Spanningsverlies
- 6,7 V
- Verlies in procenten
- 1,7 %
- Spanning op het toestel
- 393,3 V
- Weerstand van één ader
- 0,241 Ω
- Vermogen dat in de kabel verdwijnt
- 185 W
Binnen de norm
Er wordt puur resistief gerekend: de reactantie van de ader blijft buiten beschouwing, wat onder ongeveer 95 mm² en bij korte leidingen te verwaarlozen is.
Eén maat dunner en één dikker, voor deze leiding
- 1,5 mm²2,8 % · 11,1 VBinnen de norm
- 2,5 mm²1,7 % · 6,7 VBinnen de normjouw kabel
- 4 mm²1,0 % · 4,2 VBinnen de norm
Toegestaan verlies: 3,0 % · IEC 60228
Hoe er gerekend wordt
De tool begint bij de weerstand van de kabel die er al ligt of al gekozen is:
R₁ = ρ(T) · L / (A · n) ΔU = k · R₁ · I
R₁ is de weerstand van één ader over de enkele lengte, n het aantal parallelle aders
per fase en k de factor 2 (gelijkstroom, eenfase) of √3 (driefase): hoeveel aderlengtes
de stroom werkelijk aflegt. Het percentage is ΔU gedeeld door de nominale spanning.
Naast het percentage zijn er twee uitkomsten die je in de praktijk nodig hebt. De spanning op het toestel is wat het apparaat echt ziet, en dat is het getal dat je noemt als een motor op onderspanning uitvalt of een ledvoeding bromt. Het verloren vermogen is I²R in elke stroomvoerende ader - twee bij eenfase, drie bij driefase - en dat is de doorlopende prijs van een te dunne kabel: watts die op de rekening staan en een wand verwarmen.
De beoordelingsregel vergelijkt de uitkomst met de grens van deze editie. Voor Nederland staat die op 3 %, de richtwaarde voor lichtgroepen; voor overige groepen noemt NEN 1010 5 %. Het blijven richtwaarden - bepalend is wat de netbeheerder en de opdrachtgever vastleggen, en dat staat in geen enkele formule.
Rekenvoorbeeld
Jouw groep
- Systeem
- Driefase
- Voedingsspanning (V)
- 400,0 V
- Stroom van de belasting (A)
- 16 A
- Leidinglengte, enkele richting
- 35 m
- Aderdoorsnede (mm²)
- 2,5 mm²
- Adermateriaal
- Koper
- Toegestaan spanningsverlies (%)
- 3,0 %
Uitkomst
- Weerstand van één ader
- 0,241 Ω
- Spanningsverlies
- 6,7 V
- Verlies in procenten
- 1,7 %
- Spanning op het toestel
- 393,3 V
- Vermogen dat in de kabel verdwijnt
- 185 W
Binnen de norm
- Formule
ΔU = k · ρ(T) · L · I / A- Norm
- IEC 60228, IEC 60028
- Grenzen van het model
- Er wordt puur resistief gerekend: de reactantie van de ader blijft buiten beschouwing, wat onder ongeveer 95 mm² en bij korte leidingen te verwaarlozen is.
Berekend door Voltacalc met dezelfde engine als de tool hierboven.
Wat in Nederland geldt
Bij 230 V is 3 % precies 6,9 V en 5 % precies 11,5 V, en dat zijn de twee getallen waarmee een Nederlandse installateur rekent: 3 % voor lichtgroepen, 5 % voor de overige groepen, gerekend vanaf het overnamepunt. Een driefasegroep naar de schuur haalt dezelfde afstand met een dunnere ader dan een eenfasegroep, omdat de factor in de formule √3 is in plaats van 2.
- Wie beslist
- NEN, de netbeheerder en een erkend installateur
- Norm
- NEN 1010 - Elektrische installaties voor laagspanning
- Stroomtabel
- NEN 1010 deel 5-52, tabellen met toelaatbare stroom per installatiemethode, inclusief de correctiefactoren voor omgevingstemperatuur en bundeling van groepen
- Toegestaan verlies
- NEN 1010 volgt bijlage G van HD 60364-5-52: als richtwaarde ten hoogste 3 % spanningsverlies voor verlichtingsgroepen en 5 % voor overige groepen, gerekend vanaf het overnamepunt tot aan het toestel. Bij 230 V is 3 % dus 6,9 V en 5 % 11,5 V. (Nagekeken: 12 september 2026)
Vragen uit de praktijk
Waarom is de factor bij driefase √3 en niet 2?
Omdat de stroom niet via een nulgeleider terugloopt maar zich over de drie fasen verdeelt. Het verlies wordt tussen de fasen gerekend, en uit de vectoroptelling volgt √3 ≈ 1,732 aderlengtes in plaats van de twee van een eenfasegroep.
Zit de reactantie erin?
Nee, er wordt puur resistief gerekend. Onder ongeveer 95 mm² en bij korte leidingen is de reactantie te verwaarlozen; bij grote doorsneden of lange voedingen gebruik je de impedantie uit de kabeldocumentatie.
Ik zit boven de grens, wat nu?
Vier routes, ruwweg op kosten: driefase aanleggen, een maat dikker kiezen, de leiding korter leggen of de belasting over twee groepen verdelen. Verander in de tool één waarde per keer en kijk naar het percentage.
Is 3 % verplicht?
Het is een richtwaarde uit bijlage G van HD 60364-5-52, die NEN 1010 volgt - 3 % voor lichtgroepen en 5 % voor de rest. Een opdrachtgever of fabrikant kan strenger zijn, en dan geldt die strengere eis.
Normen en bronnen
- NEN 1010 - Elektrische installaties voor laagspanning
- NEN 1010 deel 5-52, tabellen met toelaatbare stroom per installatiemethode, inclusief de correctiefactoren voor omgevingstemperatuur en bundeling van groepen
Laatst nagekeken: 12 september 2026
Rekentools
- KabeldikteWelke doorsnede in mm² nodig is om binnen het spanningsverlies te blijven.
- Wet van OhmTwee van de vier grootheden volstaan, met de waarden die echt te koop zijn.
- Elektrisch vermogenVan typeplaatje naar stroom en terug, met cos φ, rendement en groepencontrole.
- Weerstand kleurcodeVan ringen naar ohm, met het bereik dat de tolerantie toelaat en de waarde van een verkeerd gelezen ring.
- ZekeringDe stap boven je ontwerpstroom - en of de kabel erachter die stroom werkelijk draagt.